Scheiding van kerk en staat

Scheiding van kerk en staat - Inleiding
De zogenaamde "scheiding van kerk en staat" is tegenwoordig in veel landen een heet hangijzer. Vaak worden in Westerse landen alle mogelijk meningen en godsdiensten toegestaan, maar lijkt elke mogelijke vermenging van kerk- en staatsaangelegenheden taboe te zijn. Maar toch zijn blijkbaar niet alle godsdiensten in dit opzicht "even gelijk"; het Christendom lijkt zich in een groot aantal landen in een onderdrukte positie te bevinden. In dit artikel zal de huidige situatie in de Verenigde Staten worden besproken, alsmede de historische context van de grondwet die hiervoor de basis vormde. Later, op pagina 3 van dit artikel, zal de situatie in Nederland nader worden bekeken.

Scheiding van kerk en staat - De metafoor en de grondwet
De "scheiding van kerk en staat" is een veel gebruikte metafoor waarmee de meeste mensen wel bekend zijn. De metaforische betekenis wordt net zo zeer herkend: de kerk moet zich niet met de staat bemoeien, en de staat moet zich niet met de kerk bemoeien. Vanwege het veelvuldige gebruik van de term "scheiding van kerk en staat", denken de meeste mensen dat deze zelf feitelijk in de grondwet staat, wat niet het geval is. De zinsnede "de scheidende muur tussen de kerk en de staat" werd oorspronkelijk door Thomas Jefferson gebruikt, in een brief aan de Doopsgezinde gemeente in Danbury op 1 januari 1802. Met deze brief wilde Jefferson de zorgen van de Doopsgezinden in Danbury (Connecticut) over dit onderwerp wegnemen. Hij vertelde hen daarom dat er een spreekwoordelijke muur tussen kerk en staat bestond om hen te beschermen. Deze metafoor werd alleen gebruikt om de staat uit de aangelegenheden van de kerk te houden, niet om de kerk uit de aangelegenheden van de staat te houden.

De Amerikaanse grondwet zegt: "Het Congres zal geen wet uitvaardigen met betrekking tot de instelling van een godsdienst, of met betrekking tot het verbod op de vrije uitoefening daarvan". De clausule over godsdienstvrijheid en de "Establishment Clause" (de clausule over de instelling van een staatsgodsdienst) stellen beperkingen aan de overheid aangaande wetten of bemoeienis met godsdienstige zaken. Er worden geen beperkingen gesteld aan godsdiensten, wellicht met uitzondering van de gedachte dat een bepaald godsdienstig kerkgenootschap geen staatsgodsdienst zou mogen worden.

Maar tegenwoordig bedoelen veel mensen, wanneer zij deze metafoor gebruiken, dat de kerk zich niet zou mogen bemoeien met staatsaangelegenheden. Eigenlijk komen we de omgedraaide betekenis in de media, in het rechtssysteem of in publieke debatten helemaal niet tegen.

Samen met enkele andere factoren is de "scheiding van kerk en staat" metafoor hierdoor een boegbeeld geworden waarmee men alles uit het openbare leven wil elimineren wat te maken heeft met het Christelijke theïsme, ons Westerse erfgoed. Een van deze factoren is het gebruik van de metafoor in debatten en redevoeringen als vervanging van de woorden die werkelijk in de grondwet staan. Hierdoor wordt de werkelijke betekenis van de woorden in de grondwet feitelijk veranderd en wordt de clausule over godsdienstvrijheid ongedaan gemaakt. Een andere factor is volledig verkeerd begrip van de "Establishment Clausule".

Scheiding van kerk en staat - De 'Establishment Clausule' in de juiste context
Naast de "scheiding van kerk en staat" metafoor, die een verkeerde voorstelling is van de inhoud van de Establishment Clausule, wordt ook de ware betekenis van de Establishment Clausule verkeerd voorgesteld. De Establishment Clausule stelt: "Het Congres zal geen wet uitvaardigen met betrekking tot de instelling van een godsdienst..." Voordat deze woorden in de juiste context kunnen worden geplaatst en de ware betekenis van de clausule correct kan worden geïdentificeerd, moeten we het woord "godsdienst" nader bekijken en dit in de historische context plaatsen ten tijde van het schrijven van de Amerikaanse grondwet. Bovendien moeten we de voorafgaande Europese historische achtergrond van de grondleggers van het land bekijken om te bepalen wat hun motivatie was om deze Establishment Clausule in de grondwet op te nemen.

Hiertoe moeten we het woord "godsdienst" duidelijk definiëren, zodat we de Amerikaanse én de Europese historische achtergronden kunnen verduidelijken en het woord "godsdienst" in de juiste context kunnen plaatsen. We moeten ook een onderscheid maken tussen doctrinaire godsdienst enerzijds en kerkgenootschappen anderzijds. Tenslotte moeten we begrijpen dat de doctrinaire godsdienst in deze kwestie het Christelijke theïsme is, die wordt gedefinieerd door een geloof in de Bijbel. We weten wat specifieke Christelijke kerkgenootschappen zijn.

Scheiding van kerk en staat - De schrijvers van de grondwet
De "scheiding van kerk en staat" metafoor vertroebelt het onderscheid tussen een doctrinaire godsdienst en de godsdiensten van de verschillende kerkgenootschappen. Dit plaatst de doctrinaire godsdienst die wij omarmd hebben op hetzelfde niveau als de georganiseerde godsdienst van een kerkgenootschap met het potentieel om zich met de staat te verenigen. Er bestaat overvloedig gedocumenteerd bewijs dat Amerika haar oorsprong had in de doctrinaire Christelijke godsdienst. Het Hooggerechtshof bestudeerde deze kwestie uitvoerig en deed in 1892 de uitspraak die bekend staat als de "Trinity Decision" (de "Drie-eenheidsuitspraak"). In deze uitspraak stelde het Hooggerechtshof: "Dit is een Christelijk land." John Quincy Adams zei: "De hoogste glorie van de Amerikaanse Revolutie was dat het de principes van het burgerlijke bestuur op een onlosmakelijke manier verbond met de principes van het Christendom." De meeste grondleggers van Amerika waren ongetwijfeld Christenen. Op zijn minst 90 tot 95 procent van hen waren praktiserende Christenen die in de Drie-eenheid geloofden. Dit en het aanvullende ondersteunende bewijs (zie verder) toont aan dat de schrijvers van de grondwet de Establishment Clausule niet in de grondwet opnamen omdat zij bang zouden zijn voor de doctrinaire godsdienst van het Christelijke theïsme. Men begreep dat het Christelijke theïsme automatisch de doctrinaire staatsgodsdienst was. Men dacht niet dat het Christendom gevreesd moest worden, maar juist dat het een cruciaal ingrediënt was voor een succesvolle overheid. De schrijvers van de grondwet vreesden dus specifieke, aan kerkgenootschappen gebonden godsdiensten, en niet de staatsgebonden doctrinaire godsdienst! Hierbeneden volgt nog meer bewijs dat aangeeft dat het Christelijke theïsme de nationale doctrinaire godsdienst was. Het is een leuke oefening om voor elk item in deze lijst eens na te denken of er iets soortgelijks in Nederland bestaat:

  • Boven de Spreker in het Huis van Afgevaardigden op het Capitool staan de versierde woorden "In God We Trust" ("Wij vertrouwen op God")
  • Het gebouw van het Hooggerechtshof dat in 1930 werd gebouwd bevat een beeldhouwwerk van Mozes en de tien geboden.
  • God wordt in Washington D.C. op meerdere locaties vermeld op stenen inscripties, monumenten en gebouwen.
  • Als volk viert men al eeuwen officieel Kerstmis om de geboorte van onze Redder te gedenken.
  • Bij de aflegging van een eed in rechtszalen wordt God al sinds het begin aangeroepen.
  • De grondleggers van Amerika citeerden vaak de Bijbel in hun werken.
  • Elke president die een inaugurele rede heeft gehouden, heeft in die toespraak God genoemd.
  • Bij elke beëdiging van een president worden gebeden opgezegd.
  • Elke president wordt met de Bijbel beëdigd, met de woorden "Zo helpe mij God".
  • Het Amerikaanse volkslied noemt God.
  • In de vrijheidsklok ("The Liberty Bell") is een Bijbelvers gegraveerd.
  • God wordt genoemd in de oorspronkelijke grondwetten van alle 50 staten.
  • Kapelanen hebben al sinds het prille begin een openbaar salaris gekregen.
  • De Onafhankelijkheidsverklaring, het geboortecertificaat van het land, vermeldt God vier keer.
  • De Bijbel werd in de scholen als tekstboek gebruikt.

Lees nu deel 2 van "Scheiding van kerk en staat"!


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen